Hoe doen leeuwen het? Nou, vooral heel langdurig. Een dag of vijf zijn ze met elkaar in de weer. Telkens een sessie van een paar minuten. Dan weer een half uurtje pauze en daarna doen ze het opnieuw. Vervolgens rusten ze uit, want op den duur is zelfs deze slow seks voor beide partners behoorlijk vermoeiend.
‘S ochtends vroeg als we kort na zonsopkomst per jeep door het natuurreservaat rijden en het koppel ontdekken, liggen ze lepeltje-lepeltje in het struikgewas. Opeens maakt de leeuw aanstalten en gaat de leeuwin gedwee liggen. Vanuit de jeep is hij tijdens het paringsritueel goed waar te nemen, maar zij niet of nauwelijks. Aan het begin van de avond, als de zon magistraal ondergaat boven wildreservaat Grietjie in het Noordoosten van Zuid-Afrika, treffen we het leeuwenpaar aan op nagenoeg dezelfde plek.
Hij neemt haar weer van achteren. Zij kijkt berustend voor zich uit, terwijl hij zich zichtbaar inspant. Na afloop moet hij even op adem komen, terwijl zij zich op haar rug draait in de kennelijke wetenschap dat dit de bevruchting kan bevorderen. Hoewel aan het einde van zijn krachten, is de leeuw heel lief voor de leeuwin. Zijn grote kop buigt zich over haar heen om iets te doen dat lijkt op zachtjes knuffelen.
Een paar ogenblikken later staat zij op en sloft weg. Hij volgt haar gedwee. De leeuwen verdwijnen in het gebladerte, alsof ze genoeg hebben van de jeep en de voyeurs. Ze willen nu even herstellen. Daarna zullen ze het weer doen en dan nog eens, nog eens, nog eens. Dagenlang achter elkaar. In dit gebied, vlakbij het Krugerpark, is de voortplanting geen sinecure.
Toen we close-ups namen van de leeuw, vielen de littekens op in zijn gezicht. Hij heeft zich moeten invechten in dit territoir. Concurrerende mannetjes hebben hem met hun klauwen en tanden verwond. Maar hij heeft overwonnen. De schrammen rond de bek en ogen zijn de tatoeages die zijn heerschappij bevestigen. De leeuwinnen behoren alleen hem toe. Hij neemt uitgebreid de tijd voor ze.


Foto: Eric Vrijsen
Vrijwel alle dieren zijn fotogeniek
Een weekje logeren we in de Lengau Lodge, niet ver van het stadje Hoedspruit in Zuid-Afrika. Wat zoeken we in het uitgestrekte reservaat Grietjie, grenzend aan het Krugerpark? De Big Five: leeuw, luipaard, neushoorn, buffel en olifant? De majestueuze tred van de giraffes? De spiedende ogen van de nijlpaarden? Het wegschieten van de impala’s of het ijzingwekkende gejank van de jakhalzen? We zullen dat alles ondergaan, maar het vaste voornemen is om hier de intimiteit van wilde beesten vast te leggen. Vrijwel alle dieren zijn fotogeniek, maar we willen ze fotograferen op momenten dat we oog in oog met hen staan. Soms lukt dat.
Gevaarlijk? Niet als je aan boord van de Landrover blijft. Dan zien de leeuwen je wel, maar ze registreren je niet. In hun beleving is een jeep iets wat er niet toe doet. Zoals stadsmensen een muur vol vreselijke graffiti voorbijlopen, zo passeren de leeuwen de open safari-jeep.
Al op de eerste avond, een uur na zonsondergang, wandelen drie leeuwinnen achteloos ons voertuig voorbij. De koplampen, de dieselmotor, de zachte stemmen van opgewonden mensen, deert niet. Ze zouden ons kunnen aanvallen, maar ze laten het na. Simpelweg omdat we voor hen niet bestaan. Zolang we in de jeep zitten, zullen ze ons negeren. Met enige moeite lukt het een passerende leeuwin recht in de ogen te fotograferen.


Foto: Eric Vrijsen
Wat is het geheim van de smid?
Bij de olifanten slagen we daar ook in. Zij maken misbaar, omdat ze ruimte willen. Als menselijk wezen moet je nu rustig blijven, je niet laten insluiten. Vooral kuddes met jonge kalveren kunnen gevaarlijk zijn. ”Je hebt vriendelijke en niet zo vriendelijke olifanten,” zegt natuurgids Loek als we zijn Landrover bestijgen voor een nieuwe tocht door Grietjie. Hoe kan hij de vriendelijke van de onvriendelijke soort onderscheiden? Ja, dat is het geheim van de smid.
Je weet het pas zeker als het te laat is. En voor het overige moet je in ieder geval één ding niet doen: de olifanten aaien als ze hun slurf in de open jeep duwen. Je mag ze niet kriebelen, want daar kunnen ze absoluut niet tegen. Al met al blijven het goedmoedige beesten die er geen bezwaar tegen hebben als je foto’s neemt, zelfs niet op momenten dat je oog in oog met ze staat.

Foto: Eric Vrijsen
Tot ver in Mozambique
Het Krugerpark is half zo groot als Nederland. Het strekt zich eigenlijk nog veel verder uit, want er omheen liggen allerlei ‘private natuurparken’ zoals Grietjie (2.800 hectare). Feitelijk zet het reservaat zicht voort tot ver in buurland Mozambique, want één ding is zeker: flora en fauna trekken zich weinig aan van grenspalen. Dus het gaat om een zeer uitgestrekte natuurzone. Vlakbij Hoedspruit exploiteren Chinezen een enorme mijn voor lithium en andere zeldzame aardmetalen. Dat dan weer wel. Het erts gaat op vrachtwagens die in kolonnes naar de haven van Maputo (Mozambique) rijden.
Het Krugerpark is een toeristische topattractie, want vrijwel nergens ter wereld kun je zoveel wilde dieren spotten. En wie wil dat nou niet? In elke vakantieganger huist een David Attenborough. Met name in de buurt van de Zuidelijke toegangswegen tot het Kruger loopt het een beetje uit de hand. Daar rijden de safari-jeeps in files rond de olifantenkuddes en gaan toeristen bijna met elkaar op de vuist om de beste plek voor hun unieke video-opnames. Wat moeten de neushoorns en de hyena’s daar wel niet van denken? Homo sapiens als een kort aangeboden apensoort.
Hoedspruit – met een luchthaventje waarop dagelijks vluchten uit Johannesburg en Kaapstad arriveren – ligt aan de Noordzijde van Kruger. Daar is het rustiger dan aan de Zuidzijde. Voor ons reisdoel werkt dat veel beter.
Natuurgids Loek is eigenlijk werktuigbouwkundige. Hij werkte aan offshore projecten op de Noordzee, maar kreeg er genoeg van en begon een jaar of acht geleden met zijn vrouw Ilse de kleinschalige Lengau Lodge in Grietjie. Een paar chaletjes voor in totaal tien gasten. Een zwembad, een terras en een eetzaal, want zelfs diep in de bush stellen veel gasten prijs op comfort, lekker eten en een goed glas wijn.
Alles wordt omheind door een 900 Volt schrikdraad om de olifanten op veilige afstand te houden. Ze komen geregeld drinken bij een waterpoel. Er hangen camera’s en via een app krijgen gasten de beelden. Nu eens een hyena of een leeuw, dan weer giraffes, een paar steenbokken of een kudde impala’s.

Foto: Eric Vrijsen
Buiten het hek
Eén tweepersoons chaletje ligt net buiten het schrikhek. Daar logeren wij. Direct zicht op de drinkplek van de dieren. De hele dag door gekwetter van de vogels. Als we ’s avonds naar het avondeten lopen, vormt de zaklamp onze verdediging want dat licht houdt veel wilde dieren op afstand.
Verder moeten we onze schoenen nooit buiten laten staan en altijd – voordat we weer in onze Meindl’s schieten – voor de zekerheid kijken of er niet stiekem een schorpioen in is gekropen. Die zou via onze grote teen een beetje vergif kunnen toedienen en dan laat de traumaheli verduveld lang op zich wachten. Maar dat zijn theoretische risico’s en ze vormen deel van de vakantiepret.
Op een avond zijn we onderweg naar het diner als het licht van onze zaklamp weerkaatst op iets dat vlakbij het schrikhek op de grond ligt. Het blijkt onmiskenbaar een schorpioen. Weldra staan Loek, Ilse en alle Lengau-gasten er op gepaste afstand omheen. Ilse heeft een warmtebeeldcamera. Op het schermpje zien we hoe het beest in futuristische, alarmerende kleuren zich langzaam uit de voeten maakt. Het algehele commentaar van de Lengau-gasten luidt: ”Goed gespot!”
De volgende ochtend treffen we witte neushoorns. Stoere beesten zijn het, al zijn ze door de opzichters van het reservaat ontdaan van hun hoorns om ze tegen stroperij te beschermen. Feitje voor de fun: witte neushoorns hebben zeer brede lippen en zijn ‘wide-lip’ neushoorns. Die naam werd verbasterd tot ‘white lips’ en dus witte neushoorn. De andere neushoornsoort heeft een punterige bovenlip en ging van lieverlee ‘zwarte neushoorn’ heten. Geestig, want zowel de Ceratotherium simum als de Diceros bicornis is donkergrijs.
Dankzij beschermingsprogramma’s neemt het aantal witte neushoorns weer toe. Ook in de buurt van Grietjie is een groot veld afgebakend voor een teeltprogramma. Wanneer de jonge beesten komen, wordt angstvallig geheimgehouden uit angst voor stropers. Zolang Chinezen denken dat gemalen neushoornpoeder een statussymbool is en bovendien potentie verhogend, zal er aan de clandestiene praktijken geen einde komen, constateert natuurgids Loek als we vanuit de verte deze bedreigende dieren observeren. Goedmoedig kijken ze onze kant op. Wat is dit nu weer voor volk?
Slobberen
Op plekken waar het water van de Olifantsrivier op zeventig centimeter staat, zijn de omstandigheden voor de nijlpaarden het best. Dan kunnen ze lekker afkoelen in het water, met hun poten in de bodem zakken en waterplanten slobberen. Met hun ogen vlak boven de waterlijn loeren ze in het rond. Nijlpaarden zijn extreem gevaarlijk, vertellen de natuurgidsen. Ze zijn ook buiten het water razendsnel. Het verhaal gaat dat geen ander dier zoveel menselijke slachtoffers maakt als de nijlpaarden met hun vlijmscherpe tanden en machtige kaken. Vooral lokale vissers laten zich nog wel eens door een nijlpaard verrassen.
Olifanten zijn er in overvloed. Sommige buurlanden werken al met afschotvergunningen, maar zover is Zuid-Afrika nog niet. Olifanten voeden zich met bladeren en gras. Per dag hebben ze honderd tot tweehonderd kilo nodig. Van de vroege ochtend tot de late avond rammen ze met hun slurf door de takken om zoveel mogelijk bladeren naar binnen te schrokken. Ze trekken bomen om en nuttigen vervolgens de wortels. In Grietjie en grote delen van het Krugerpark zijn volwassen bomen schaars geworden. Resteert een struikachtige begroeiing van amper twee meter hoog. Bij gebrek aan schaduw loopt de temperatuur van de bodem op en dat versterkt weer de gevolgen van de klimaatverandering.

Foto: Eric Vrijsen
De logica van het Krugerpark
Als Loek dit soort dingen bespreekt met zijn gasten in de safari-jeep, klinkt hij een beetje somber. Maar dan komen een paar giraffes naderbij, die volop bladeren wegknagen maar de rest van de boompjes intact laten. “Goed zo dames!” lacht de natuurgids. Hoe heeft hij zo snel gezien of dit giraffestieren dan wel -koeien waren? Simpel. Alle giraffes hebben twee hoorns op hun kop. Bij de stieren zijn de hoorns flink beschadigd tijdens de onderlinge gevechten. Bij de giraffekoeien daarentegen zijn de hoorns intact en beschermd door een harige hoofdhuid. Zo worden we dagenlang ingewijd in de logica van het Krugerpark. Van de Big Five missen we alleen het luipaard, want die laat zich moeilijk spotten. Maar daar stonden weer zoveel waarnemingen van prachtige ijsvogels, apen, arenden, zebra’s, valken, steenbokken en gieren tegenover.
Tekst & Beeld: Eric Vrijsen
Dit vind je misschien ook leuk:
- Beeldreportage in Eswatini
- 8x parken voor een safari in Tanzania: een avontuur door de wildernis
- Op safari in Kenia: tussen de dieren in het gastvrije land
Onder Redactie TripTalk vind je algemene berichten en berichten met nieuwswaarde die wij leuk vinden om te vermelden of jullie daarover te informeren.


