Alles achter je laten en vertrekken naar het buitenland: elk jaar gooien Nederlanders het roer om en zoeken hun geluk elders. Wie zijn deze mensen en wat drijft hen? Twintig jaar geleden verruilde Rob Loendersloot Nederland voor Curaçao. Wat begon als een werkavontuur in de luchtvaart, groeide uit tot een compleet nieuw leven op het eiland. Inmiddels runt hij samen met zijn partner een eigen bootbedrijf. “Ik dacht dat ik hier tijdelijk zou blijven, maar na een week wist ik eigenlijk al: ik ga nooit meer terug.”
Wanneer ontstond jouw liefde voor Curaçao?
“Dat was begin jaren negentig. Ik had net de middelbare school afgerond en zat te wachten op mijn dienstplicht. Daardoor had ik een paar maanden over. Ik kende iemand die op Curaçao een zeilschool wilde opzetten, hij vroeg of ik daar een tijdje zeillessen wilde geven. Dat leek me wel wat, dus ben ik gegaan. En het klinkt cliché, maar daarna bleef het eiland in mijn bloed zitten.”


Foto: Rob Loendersloot
Hoe kwam je uiteindelijk definitief op het eiland terecht?
“Eenmaal terug in Nederland was de dienstplicht afgeschaft en begon ik een carrière in de luchtvaart. Ik werkte bij ArkeFly op Schiphol, in de vluchtoperaties. Vanuit daar had ik regelmatig contact met mensen op Curaçao. Daarnaast ging ik zo vaak mogelijk op vakantie naar het eiland. Tijdens een van die reizen ontmoette ik Michelle, met wie ik later een relatie kreeg en trouwde. Met haar heb ik nog een tijd in Nederland samengewoond, maar toen er bij mijn werk een kans kwam om naar Curaçao te gaan, pakte ik mijn kans. Ik legde idee het voor aan mijn vrouw, die gelukkig net zo enthousiast was als ik. Inmiddels is dit twintig jaar geleden en woon ik er nog steeds.”
Hoe was dat, alles achter je laten?
“Nou, we hadden in Nederland een huis, een vakantiehuis, auto’s, een heel leven opgebouwd. Dan denk je wel even: waar beginnen we aan? Alles wat we hadden, verkochten we, behalve ons huis. Die verhuurden we, maar toen we hier een week waren, wisten we allebei al: we gaan niet meer terug. Na twee jaar hebben we ook het huis verkocht. Achteraf had ik dat nooit moeten doen; onlangs zag ik het huis van de buren op Funda staan, toen sprongen de tranen me even in de ogen…”


Foto: Rob Loendersloot
Hoe was die eerste periode op het eiland?
“Fantastisch! Michelle kon hier haar meisjesdroom waarmaken: ze werd dolfijnentrainer bij de Dolphin Academy, en ik had een mooie baan in de luchtvaart. Al ging dat niet zonder slag of stoot; de bureaucratie is nogal een dingetje hier. Om op het vliegveld aan de airside te mogen werken, had ik van alles nodig. Een lokale ID-kaart, een verblijfsvergunning, een werkvergunning, een airport-badge. Daar heb ik denk ik wel anderhalve maand op zitten wachten. Uiteindelijk heb ik met wat gedram en gedoe voorrang gekregen en zijn alle papieren goedgekeurd, maar ik denk dat als ik achterover was gaan zitten, dit wel drie maanden had geduurd.”


Foto: Rob Loendersloot
En inmiddels heb je de luchtvaart verruild voor het water.
“Ja, dat klopt! Via via leerde ik iemand kennen die een serieuze onderzeeboot had laten bouwen. Hij was op zoek naar een kapitein, en dat leek me wel wat. We deden wetenschappelijk onderzoek voor Smithsonian Institution in Washington, bijvoorbeeld naar diepzeevissen en koralen. Een fantastische ervaring! Soms namen we betalende toeristen mee, die ook zo’n duik wilden ervaren. Maar toen de subsidies terugliepen en ik voor de derde keer in een week de hele boot stond te poetsen, besloot ik wat anders te zoeken. Een vriend van mij had een charterbedrijf, daar werd ik kapitein op een catamaran naar Klein Curaçao. Echt een topbaan.”



Foto: Rob Loendersloot
Het water lijkt een rode draad in je leven?
“Ik ben altijd gek geweest op boten en de zee. Ik heb zelfs een aantal jaar op een woonboot gewoond. In 2012 overleed Michelle, aan baarmoederhalskanker. Dat was een vreselijke periode, heel pittig. En toen zat ik daar alleen, in dat grote huis. Op een dag realiseerde ik me dat ik al een maand niet meer in drie van de vier slaapkamers was geweest. Wat moest ik met zo’n groot huis? Toen besloot ik het te verkopen en op een boot te gaan wonen, midden op het Spaanse Water. Dat was een heerlijk simpel leven. Je leeft buiten, het tempo ligt lager en je hebt eigenlijk niet zoveel nodig. Uiteindelijk heb ik daar zo’n vijf jaar gewoond.”



Foto: Rob Loendersloot
Inmiddels woon je weer in een huis én heb je je eigen bedrijf.
“Tijdens die catamaranperiode leerde ik Mary Jane kennen. Zij was kapitein bij de concurrentie, dus we kwamen elkaar regelmatig tegen op het water. Langzamerhand sloeg de vonk over en kregen we een relatie. Het idee voor ons eigen bedrijf ontstond daarna al snel: het verhuren van kleine, ronde bootjes die je zonder vaarbewijs zelf kunt besturen. Toeristen vinden het geweldig om zelf rond te varen. Je kunt zwemmen, barbecueën en we hebben zelfs een drijvende bar die drankjes komt brengen. Het is eigenlijk een soort drijvend terras.”



Foto: Rob Loendersloot
En jullie hebben nog een extra collega in dienst?
“Onze hond Tiki! Ja, dat is een leuk verhaal. Op een dag reed ik naar huis met een zwerfhondje op de achterbank dat ik had opgepikt van straat. Ik was een beetje zenuwachtig om het thuis te vertellen, maar gelukkig was Mary Jane meteen om. De huisbaas echter niet… Die maakte duidelijk dat de hond weg moest. Toen hebben we gezegd: dan gaan wij weg. Contract opgezegd, nieuw huis gezocht en gevonden. Nu is hij eigenlijk het boegbeeld van het bedrijf. Hij gaat mee op het water als ik bij de gasten check of alles in orde is. Mensen roepen eerder “Hé Tiki!” dan dat ze mij begroeten.”



Foto: Rob Loendersloot
Mis je Nederland wel eens?
“Ik had een hechte vriendengroep in Nederland, die mis ik wel. Al moet ik eerlijk zeggen dat er verdacht veel Wageningers op Curaçao wonen. Ik heb zelfs een goede vriend overgehaald om te komen kijken en hij is nooit meer weggegaan. Verder is het eiland af en toe krap; in Nederland stap je in de auto en kun je alle kanten op. Hier zit je toch op een eiland. Maar heel eerlijk: ik ben al zes jaar niet meer in Nederland geweest. Elk jaar neem ik me voor om te gaan, maar dan is het opeens december en weer een jaar later.”



Foto: Rob Loendersloot
Welke plek mogen mensen echt niet missen op het eiland?
“Het Spaanse Water natuurlijk, maar dat is misschien niet verrassend. Ik heb er gewoond, gewerkt en gevaren. Een andere favoriet is Sint Joris Bay, aan de noordkant. Daar heb ik jarenlang gekitesurft. Soms waren er dolfijnen die met je mee zwommen, fantastisch. Tegenwoordig is het er te druk voor kitesurfen, maar het blijft een heerlijke plek. En dan is er natuurlijk nog Klein Curaçao, de plek waar mijn huidige relatie begon. Dat eiland zal altijd een speciale betekenis hebben.”



Foto: Rob Loendersloot
Benieuwd geworden naar het bedrijf van Rob? Op tikiboatsrental.com vind je meer informatie over de ronde bootjes en het Spaanse Water op Curaçao.
Tekst: Noortje Hooghiem en Anouk van Hemert
Beeld: Rob Loendersloot
Handige websites voor je reis
Onder Redactie TripTalk vind je algemene berichten en berichten met nieuwswaarde die wij leuk vinden om te vermelden of jullie daarover te informeren.


