220 eilanden vol adembenemende schoonheid, 30 bewoond. Waar moet je beginnen? TripTalk geeft een cursus Cycladen Hoppen. ‘Geen stress meer, we wéten nu dat de ferry’s varen als een Zwitsers bergtreintje’.
Zoveel keuze geeft eilandblindheid. De Cycladen tellen liefst 220 eilanden, waarvan zo’n dertig met leven erop. De usual suspects – Santorini, Mykonos, Naxos, Paros – laten we nagenoeg links liggen. We mikken op de stille soortgenoten: Serifos, Sifnos, Folegandros. ‘Eilanden die de Grieken voor zichzelf houden,’ fluisteren we voor vertrek. Flauwekul. Onontdekte Cycladen zonder Atheners en reislustige Nederlanders bestaan niet. Het geheim zit ’m in de timing en tegendraads kiezen: buiten het seizoen, liefst kleine, slome, parels. Eilanden die je overkomen – dat is de bedoeling.
Piraeus-Serifos op een rustige boot. Het eiland lijkt van een afstand niet meer dan een grote berg. Op de kade is het bedrieglijk stil. We wachten braaf op de call ‘uitstappen voor Serifos’. Geen beweging op het gangboord. We snappen het pas als de stalen laadklep naar boven knarst en een dwingende oproep klinkt: ‘Laatste call voor Serifos. Stap nu uit of krijg later spijt.’
We grijpen onze bagage en rennen naar de uitgang. Het merendeel van de passagiers gaat door naar Milos en zwaait ons lachend uit.
Het is september, hartje tussenseizoen. Zelfs de Atheners zijn weer aan het werk of op school. De bougainville bloeit nog. De temperatuur is ideaal voor strand, zwemmen en wandelen. Restaurants hebben volop plaats en zijn nog niet met winterverlof.
Serifos is bijna niks. De perfecte plek om in te komen. Het hoofdstadje is klein maar fijn en ligt aan een boogvormige baai met een handvol goede restaurants. Serifos heeft wat uitgediende ijzermijnen en veertig grotendeels verlaten stranden; het landschap is wild en kaal. We lezen en picknicken op het strand en schudden het drukke Athene van ons af. De laatste avond springen we op een bus die ons voor een paar euro de berg oprijdt, naar een verbazingwekkend feestdorpje met bars en terrassen. Escher-trappetjes leiden naar een Grieks-Orthodoxe kerkje, het topje van het eiland. Uitzicht. De avond valt, de Egeïsche Zee gaat op zwart.


Blauw is zee en maagd Maria
Cycladen betekent wit-blauwe huisjes met blauwe deuren, in hagelwit gekalkte dorpjes, met kerken en veel verborgen stranden, omspoeld door het water van de Egeïsche Zee. Wit betekent hygiënisch en koel. In de jaren ’30 stelde de Griekse overheid dat huizen op de Cycladen wit moesten zijn, mede om gezondheidsredenen. Kalk doodde bacteriën tijdens een cholera-epidemie.
Blauw werd geassocieerd met zee, hemel en bescherming. Tevens de kleur van de Maagd Maria. Toen de Cycladen in de jaren ’60–’70 populair raakten, werd de blauw-witte esthetiek een marketing-succes, hét visitekaartje van de Cycladen.
Van Serifos naar Sifnos is een paar tientjes en 20 minuten varen. Sifnos presenteert zich als de ‘culinaire aristocraat’ van de Cycladen. Traditionele gerechten als revithada (kikkererwtenstoof uit de houtoven) en mastelo (lamsvlees met dille) zijn hier geen folklore maar dagelijkse realiteit. Veel tavernes koken nog volgens familierecepten die ouder zijn dan onze ferryverbinding.
Daar is natuurlijk niks op tegen (en het smaakte lekker), maar van kikkererwtenstoof uit de houtoven alleen kan de Cycladen-hopper niet leven. We huren een auto. Wij:‘Wat kost een tweede chauffeur?’ Verhuurder: ‘Nou, niks natuurlijk.’ Zo’n eiland.
Op goed geluk rijden we richting kliffen aan de oostkust. Na tien minuten de wagen uit en te voet omhoog over oude ezelpaden, langs kerken en witte muurtjes. En dan ineens een honingraatvormige Venetiaanse citadel. Kastro. Mini-eettafels hangen boven zee en vallei. Onverwachte Cubaanse muziek en enorme stapels Havana Club-rumflessen. Ik claim en bewaak het laatste zonsondergangtafeltje. De reisgenoot verdwijnt in het barretje voor twee cocktails en komt nooit meer terug. Als ik na een half uur poolshoogte neem, beland ik in een stampvolle ruimte, ingericht met posters en memorabilia van Cuba, Che Guevara en Fidel Castro. Aan de bar nuttigt de reisgenoot gratis kopstootjes voor het wachten. Achter het buffet opereert de stokoude Mister Kostas, ‘O Kouvanos’ ofwel ‘De Cubaan’, die hier in zijn goddelijke eentje de Cubaanse revolutie voortzet en tientallen Cuba Libres bereidt, driekwart rum, beetje cola voor een Cuba-prijsje. Mini-Havana op de Cycladen.



Foto: Harri Theirlynck
Een belevenis, stoten we elkaar aan. Al leert een snelle Google-actie dat langzamerhand de halve reiswereld ‘de Cubaan van Sifnos’ kent.
Wat maakt het uit. Castro en Kastro, het blijft bijzonder, alleen al door het woordrijm.
Sifnos is onvervalst zichzelf. Autoritjes voeren langs hellingen waar huisjes als suikerklontjes aan de rotsen hangen. Van het prettig mondaine Platis Gialos in het zuiden is het 22 kilometer noordwaarts naar het intieme strand van Chersonissos. Een revue-achtig vissersdorpje, gelegen aan een baai. Het lunchrestaurantje bestaat uit tien tafeltjes, opgelijnd op een smalle kade.
Ons gidsje meldt: “Tom Hanks is al jaren een vaste zomerbezoeker van Sifnos.” Dat zal best. De Amerikaanse acteur heeft een huis op Antiparos, ook een ‘Cyclade’. De eilandjes trekken al jaren een mix van Griekse artiesten, schrijvers en Atheense jetset, die bewust níet in de roddelrubrieken wil belanden. Zeggen ze zelf in de roddelbladen. Op Sifnos vind je geen opschepperige en geldverslindende types. Paparazzi-magneten gaan naar Mykonos of Santorini.



Foto: Harri Theirlynck
Eerlijk gejat, de Venus van Milo
Milos, onvermijdelijk op onze route, is een groot, lui eiland. Ze hebben daar een Archeologisch Museum een neoklassiek gebouw, met twee zalen vol potten en pannen waar je zo doorheen bent. En dat is raar, want het eerste waar je op Milos aan denkt is de Venus van Milo, het wereldberoemde, armloze beeldhouwwerk.
Die staat er wel, maar dan in replica. De echte staat in het Louvre. Met het prachtige verhaal over de vondst van ‘het symbool van eeuwige schoonheid’ doet het museum helemaal niks. Snel verteld: de Venus van Milo werd op 8 april 1820 bij toeval gevonden door een boer, Yorgos Kentrotas. Olivier Voutier, een schatzoekende Franse officier, zag direct de artistieke waarde van het beeld. Hij zorgde ervoor dat het beeld in Franse handen, en uiteindelijk in het Louvre terecht kwam. Eerlijk gejat, zoals dat ging in die tijd. Het beeld moet terug, vonden ze op Milos ook, maar niet te fanatiek. Ongeveer zoals wij, passanten, erin staan. We zwemmen op Milos, we eten er comfortabel en behandelen de eilandkatten met veel respect. Dan hebben we cultureel gezien alles gedaan wat in onze macht lag om de Venus – ook wel: ‘Aphrodite van Milos’ – terug te lokken.
Nog genoeg Aphrodite-gevoel op Milos. Rond Trypiti, bij de Venus van Milo site, kun je met enige verbeeldingskracht de vondst van het armloze beeld voor de geest halen. Rij tegen zonsondergang even door naar Klima, voor het beroemde rijtje kleurige vissershuisjes aan Milos’ binnenzee. De zee klotst er over je sneakers. Zit, mijmer en gedenk Aphrodite, de godin van liefde en schoonheid.
De zichtbare topper van Milos is Sarakiniko. Een buitenaards tafereel van wit, golvend marmer, geboetseerd door wind en Egeïsche Zee. Een maanlandschap vol holen en kliffen om vanaf te duiken en elkaar eindeloos te fotograferen.


Foto: Harri Theirlynck
Het ritme van de ferry kruipt onder onze huid. Vooroordelen smelten. Geen angst meer om de boot te missen. We wéten nu dat er in september altijd plaats is op de boten. We wéten dat de ferry’s komen en gaan met de precisie van een Zwitserse bergtrein.
We zijn een fan van de grote, dikbuikige ferryboten. Die hebben brede dekken en volop ruimte. De high-speed ferry’s en catamarans zijn sneller maar ook duurder. Met hun strakke rijen stoelen zijn ze meer vliegtuig dan schip.
Het aanlanden van een ferry is een klein theaterstuk dat zich elke keer herhaalt. Het schip draait sierlijk de kont naar de kade. Niet bepaald fluisterstil, wel spectaculair. Bij een jetboot begint het water te koken: krachtige luchtbellen razen onder de romp, een brullend geraas, goddelijke spierkracht. Een paar minuten later: klep open, trossen los, mensen stromen eraf, klep dicht en hup – op naar het volgende eiland.
Het doorgaans perfecte ferryschema van de Cycladen heeft één vijand: de meltemi, ook wel de Etesische wind. Deze droge noordenwind jaagt ‘s zomers over de Egeïsche Zee. Hij bepaalt ook het uiterlijk van de eilanden: compacte huizen zonder uitstekende daken of hoge gevels, om uit de klauwen van de meltemi te blijven.
Soms steekt de meltemi in september zijn kop op, en dan raakt zelfs de beste planning ontregeld, zoals wij op Milos ervaren. Verbindingen worden gecanceld, rond het ferrykantoor woedt het omboekvirus. De kwetsbare catamarans blijven sowieso aan de kade. Onze grote ferry vaart wel, al is de overtocht naar Folegandros, het kleinste eiland van ons traject, onstuimig.
Bij het aanleggen bokt het schip als een onwillig paard. De laadklep slaat op en neer boven het beton; bemanningsleden staan paraat bij de nooddeur. We gorden de rugzakken aan, wachten op het juiste moment, kijken elkaar aan – en jumpen aan wal. Avontuur, maar dan volgens de dienstregeling van de wind.



Foto: Harri Theirlynck
Debussy op de mandoline
Het afgelegen Folegandros, kleiner dan Schiermonnikoog, telt slechts drie dorpjes en enkele zandstranden zonder ligstoelen. Het colakleurige landschap lijkt meer op een door geiten bewoond Mars dan op de aarde. Ons appartement hoog op een heuvel heeft zee aan twee kanten. Links onder ons ligt de ruige zwembaai, rechtsonder het vriendelijke dorpsstrandje. Ons favoriete strandbarretje draait muziek die klinkt als Claude Debussy op de mandoline — licht, zilt, dromerig. Hier werkt dat. De gastheer legt zijn playlist uit, alsof het een wijnkaart is.
De Chora, de Griekse benaming voor de hoofdplaats van een eiland, ligt hogerop: vijf minuten met de bus. Het dorp ligt op 200 meter boven zee, compact gebouwd op de rand van een steile klif. Het is misschien wel een van de mooiste bergdorpen van de Cycladen: autovrij, met smalle, geplaveide steegjes, houten balkons en drie aaneengeschakelde pleinen (plateies), met gevels vol bougainvillea, de diva van de Cycladen.
Menige Cycladen-hopper voelt zich meer Odysseus dan toerist. Hij/zij is trots op zijn hoogst persoonlijke vaarschema, dat je van eiland naar eiland slingert, aangeblazen door de wind. Maar al snel merken we dat ook andere eilandhoppers dat ‘vergeten’ of ‘onbetreden’ eilandje weten te vinden. Hé, stapte die vrouw met dat felrode kapsel drie dagen geleden ook niet bij ons in Athene op de boot? En dat charmante 60+-stel doet precies dezelfde route naar ‘ons’ eilandje – alsof we in de spiegel kijken.
Reizigers van drie eilanden terug verschijnen plotseling weer in ons blikveld, alsof de Egeïsche Zee één klein dorp is.
Het is ook wel gezellig. Met vijftien mensen aankomen op een eilandje schept een band. We zitten regelmatig samen op een kiezelstrand of terras in de zon te wachten tot het drie uur wordt – het universele uur op aarde waarop alle geboekte accommodaties al dan niet via een onpersoonlijk sleutelkastje opengaan.
Als gestrande zielen wisselen we ervaringen uit. De vrouw met de rode kuif blijkt tot de adel van de eilandhoppers te behoren. Ze bezocht bijna honderd Griekse eilanden. Ze zegt: “Jullie doen het perfect voor beginners hoor. Na de honderd tel je geen eilanden meer. Vanaf honderd wordt het een chronische ziekte.”
Santorini kun je haten of liefhebben. Het bekendste eiland van de Cycladen is verpletterend mooi, vooral in Oia. Inderdaad, je wankelt daar in Insta-polonaise van blauwe koepel naar peperduur zonneterrasje en van niet te missen kerkje naar zonsondergang. Op Oia fotografeert iedereen alles en elkaar, tegen de achtergrond van de diepblauwe caldera. Liefst met kat op de voorgrond.
Cynisme is niet op zijn plaats. Santorini is de filmster onder de Griekse eilanden. Oia moet je eens in je leven hebben gezien.
Maar ga daarna slapen in ‘bergdorp’ Pyrgos. Bijna zo mooi als Oia, maar zoveel stiller (en betaalbaarder).
Naar Santorini moet je ook om terug te kunnen vliegen naar Amsterdam. Rechtstreeks.



Foto: Harri Theirlynck
Do’s en dont’s voor het Cycladen-hoppen
- Leg niet alle boottickets of accommodaties tevoren vast, wees flexibel. Bevalt een eiland niet, dan hop je weer op de ferry naar een ander eiland. Nog een reden: te elfder ure annuleren van accommodaties doen ze niet aan op de Cycladen
- Reis met ritme: wissel twee nachten op een kleiner eiland af met een langer verblijf op een groot of lui eiland
- Auto huren? Beslis ter plekke. Auto’s zat in het voor- en najaar. Uitzonderingen daargelaten
Cycladen Hoppen: hoe, wat, waarom en waarmee?
- Waarom zo populair: grootste (en wellicht mooiste) cluster eilanden in de Egeïsche Zee, met heel veel ferry-verbindingen
- Waar te starten, Athene of Santorini? TripTalk raadt Athene aan, want: uitgaans-, shop- en museumstad, haven Piraeus (ook metrostop) met tientallen eilandconnecties, zuidwaarts reizen is gevoelsmatig lekkerder
- Druk bezochte Cycladen: Santorini, Mykonos, Naxos, Paros, Milos en Ios. Klein maar fijn: Sifnos, Serifos en Folegandros
- Ferry’s boek je via ferryhopper.com. Hoe sneller (high speed, catamarans), hoe duurder. De klassieke veerboten zijn ruimer en romantischer en snel genoeg


Foto: Harri Theirlynck
Veel solo-reizigers
De Cycladen is een eldorado voor solo-reizigers – mannen en opvallend veel vrouwen – vergeleken met andere mediterrane bestemmingen. Reden? Vooral de kleinere eilanden zijn veilig en overzichtelijk, en hebben een goede infrastructuur. In tavernes en hotels kijkt niemand ervan op als je alleen dineert of overnacht. Veel reizigers komen voor wandelen, zee en rust, het nachtleven speelt geen grote rol.



Foto: Harri Theirlynck
De vijf eilanden uit het verhaal
- Serifos: goede start, ruig en stil, met een dramatische Chora boven een wilde kust
- Sifnos: de grote verrassing, verfijnd en culinair. Trekkers: Kastro en stranden, bijvoorbeeld het stijlvolle Platis Gialos en het intieme strand van Cheronissos
- Milos: populair, rustig in voor- en naseizoen, geologisch uniek, grillige rotskusten en verborgen baaien. Trekkers: Sarakiniko Beach, Kleftiko, Klima en het Mijnkmuseum
- Folegandros: klein, compact en stil. Trekkers: lummel- en leesbaai bij de haven met een paar restaurantjes, een unieke Chora
- Santorini: veruit het drukst, maar dramatisch mooi, blauw-witgekalkt theater rond een vulkanische caldera. Trekkers: Oia en de caldera.



Foto: Harri Theirlynck
Tekst en beeld: Harri Theirlynck
Dit vind je misschien ook leuk:
- 9x Griekse eilanden voor op je bucketlist
- Eilandhoppen in Griekenland: de Cycladen
- Varen in Griekenland: dit zijn 3 tips voor waterliefhebbers
Handige websites voor je reis
Onder Redactie TripTalk vind je algemene berichten en berichten met nieuwswaarde die wij leuk vinden om te vermelden of jullie daarover te informeren.

