Foto: Unsplash

De trein boemelt door een sprookje uit Duizend-en-een-nacht

Een reis door Oezbekistan is als een reis terug in de tijd, toen handelaren eeuwenlang met hun waren langs de oude Zijderoute tussen China en Europa trokken. Door een verlaten woestijnlandschap boemelt de trein tussen de oude handelssteden, waarin de rijkdom en magie van weleer nog altijd voortleeft in de pracht en praal van het hier en nu. 

Sovjet-stad

Als een mol duik ik onder de grond, en reis van station naar station. Elk metrostation in Tashkent is een curiositeit op zich. Het blauwe station Kosmonautlar eert de Sovjet-kosmonauten. Alisher Navoi met zijn sierlijke gewelven lijkt wel een sprookjespaleis, en op Pakhtakor schitteren mozaïeken die naar de katoenindustrie verwijzen. En dit alles voor slechts 13 cent, zolang je de metro niet verlaat. Tashkent, hoofdstad van Oezbekistan en grootste stad van Centraal-Azië, werd na de aardbeving van 1966 herbouwd in Sovjet-stijl: brede boulevards, pompeuze monumenten, en parken met fonteinen en zitbankjes. Via het Amir Timoerplein – een enorme rotonde vol witte Chevrolets: goedkope, in eigen land geproduceerde auto’s – loop ik naar het iconische Hotel Uzbekistan. Een log, betonnen gebouw uit 1974, zeventien verdiepingen hoog. Foeilelijk, maar fascinerend. Ik neem de rammelende lift naar boven, bestel een drankje in de bar met uitzicht over de stad, en gluur door openstaande deuren naar kamers vol Sovjet-memorabilia. 

Van Zijderoute naar treinroute

Waar ooit handelskaravanen de Zijderoute trotseerden, rijden nu comfortabele treinen van stad naar stad. Tussen Tashkent en Bukhara zoeft bovendien al jaren de Afrosiyob-hogesnelheidstrein. Binnenkort zal deze ook Khiva binnenrollen, maar nu reis ik van Tashkent naar Khiva met een groen-witte nachttrein uit het Sovjet-tijdperk die nog een en al nostalgie is. Mijn bed in de vierpersoonscoupé lonkt, maar eerlijk is eerlijk: ik doe geen oog dicht. Sinds de visumplicht in 2019 werd versoepeld, weten (vooral groeps-)toeristen het land massaal te vinden. Terecht, want Unesco-werelderfgoedsteden als Khiva, Bukhara en Samarkand zijn stuk voor stuk juweeltjes. En waar anders kun je geurige thee nippen in een traditionele chaikhana of smikkelen van een dampend bord plov – rijst met vlees, wortel en rozijnen –, een gerecht dat sinds 2016 op de lijst van Immaterieel Cultureel Erfgoed prijkt. Thuis vraagt men mij: “Oezbekistan? Waar ligt dat dan?”, maar hier lijkt de rest van de wereld het land allang ontdekt te hebben.

Ik verdwaal keer op keer

De trein boemelt door het kale, maar o zo mooie woestijnlandschap. De zon is allang op en ik geniet van het uitzicht door het stoffige raam. Stipt om elf uur rijden we het spiksplinternieuwe treinstation van Khiva binnen. Bepaald niet nieuw is de sprookjesachtig mooie, ommuurde binnenstad; de Itchan Kala zou zeker niet misstaan in een verhaal van Duizend-en-een-nacht. Ik verdwaal, keer op keer, in de smalle steegjes van dit compacte, zandkleurige oasestadje dat veel wegheeft van een openluchtmuseum. Dat Khiva door de eeuwen heen schatrijk was, is goed terug te zien in de vele moskeeën, paleizen, madrassa’s (koranscholen) en forten. De stompe, met mozaïektegeltjes versierde Kalta Minor had de allerhoogste minaret moeten worden, maar is nooit afgebouwd. Tegen de avond worden de souvenirkraampjes afgebroken, de dagjesmensen druipen af, en ik maak een ommetje over de robuuste lemen stadsmuren. Dineren doe ik in het Terrassa Café, waar behalve het eten ook het uitzicht vanaf het dakterras om van te smullen is.

Het bankje naast de notenkraam

Na een treinrit van zeven uur terug in oostelijke richting stap ik uit in Bukhara. Een echte stad met maar liefst 300.000 inwoners ditmaal, die ook een heerlijk inkijkje geeft in het ‘normale’ Oezbeekse leven dat zich afspeelt in smalle, kronkelende straatjes. Ik voel me hier direct thuis. Naast het bezoeken van het onuitputtelijke scala aan monumenten, maak ik ook tijd vrij om te relaxen. Ik strijk neer voor een drankje op een van de schaduwrijke terrassen rondom de vijver van het Lab-i Hauz plein, dat wordt omgeven door twee sierlijke madrassa’s en een aantal nepkamelen. Een eindje verderop ontdek ik mijn favoriete plek in deze stad: urenlang zit ik op het bankje naast de notenkraam en zie bezoekers komen en gaan om de bescheiden, met turquoise koepels gekroonde Chor Minor – wat ‘vier minaretten’ betekent – te beklimmen. Ooit de toegangspoort tot een madrassa, nu huist er een piepklein souvenirwinkeltje.

Leuk of vreselijk kitsch?

“Samarkand, Samarkand…”. Sentimenteel gezang klinkt uit de luidsprekers. Elke avond klokslag negen. De drie met turquoise koepels gekroonde madrassa’s rondom het enorme Registanplein baden in een golvend lichtspel van alle kleuren van de regenboog. Leuk of vreselijk kitsch? Ik ga voor leuk! Na de verwoesting van de stad in 1220 door de Mongolen, was het Timoer Lenk die Samarkand tot hoofdstad van zijn rijk maakte en bouwmeesters van heinde en verre liet komen om zijn stad te verfraaien. Registan is zeg maar dé topattractievan Oezbekistan; het plein is als wat de Taj Mahal is voor India. Ook de 14de eeuwse necropolis Shah-i-Zinda overweldigt me. Ik loop de druk bezochte, trapsgewijs aangelegde straat op en neer. De zon weerkaatst in de azuurblauwe tegels van de mausolea waarin familieleden van Timoer de Grote liggen begraven. Ik heb twee volle dagen om deze stad tjokvol moois te bezichtigen, maar het hadden er gerust meer mogen zijn.

Tekst: Monique van Gaal
Beeld: Unsplash

Handige websites voor je reis

Zoek en boek voordelige vliegtickets bij TUI ➡️
Zoek en boek voordelige vliegtickets bij KLM ➡️
Zoek een leuk hotel of accommodatie ➡️
Huur alvast een all-inclusive auto ➡️
Voordelige treintickets naar leuke steden, al vanaf € 35 ➡️
Check Transavia vliegtickets inclusief accommodatie ➡️
Snel even weg? Zoek de beste last minute vakanties bij TUI ➡️

Deel dit blog

Gerelateerde reisblogs

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven