De geschiedenis gaf Spanje een enclave op de Noord-Afrikaanse kust. Er zijn nu plannen om van Melilla een toeristische topbestemming te maken. Zo ver is het nog niet. Slenteren en smullen in een oude garnizoensstad, struikelend over architectonische hoogtepunten.
Melilla is een Spaanse postzegel op de kliffen van Noord-Afrika. Een enclave van amper 12 vierkante kilometer. Er wonen 86.000 mensen, die elkaar allemaal lijken te kennen. Een dorpse samenleving, waar het leven rustig voortkabbelt als op een afgelegen eiland. Weinig toeristen zetten hier voet aan wal.
Af en toe zie je een stadsbus rijden, maar verder gaan de mensen te voet of met de eigen auto. Geen parkeermeters, geen spitsuur, weinig verkeerslichten en altijd fijn weer. Dankzij de Middellandse Zee is het er ’s zomers niet al te heet, en in de winter een aangename temperatuur.
Er zijn plannen om van Melilla een topbestemming te maken, maar zover is het nog lang niet. De Spaanse oudjes die je ’s morgens in de ontbijtzaal van het viersterrenhotel El Puerto ziet, loop je later op de dag weer tegen het lijf in een van de kleine musea of tref je op de terrasjes in de binnenstad. Zelfs het toerisme is kleinschalig.



Foto: Eric Vrijsen
De stad is nooit vroeg uit de veren
Pas na acht uur begint de zon langzaam door de flarden ochtendmist te breken. Op de boulevard langs het strand San Lorenzo en het strand Los Carabos, zie je de eerste hardlopers en wielrenners. Deze militairen – Melilla is een garnizoensstad – werken aan hun conditie, al doen ook zij het kalmpjes aan. Dit is geen arena voor snelle sprint, eerder een bolwerk met uithoudingsvermogen.
Tamelijk dichtbij zie je de roerloze hijskranen van een Marokkaanse haven. De 900 meter hoge berg Gourougou domineert de horizon. Ook die berg ligt op Marokkaans grondgebied. Voortdurend beleef je hier de prettige sensatie van een exotisch stukje Spanje. Alles is herkenbaar en toch ook weer anders.



Foto: Eric Vrijsen
Vanuit Madrid reis je per propellervliegtuig in een uur en drie kwartier naar Melilla. Per veerboot ben je vanuit Malaga ruim zes uur onderweg. Als de inwoners van Melilla het over Spanje hebben, dan zeggen ze ‘la Península’ (het schiereiland). Want ja, zijzelf wonen nu eenmaal op het Afrikaanse continent. Dat werelddeel is zo onnoemelijk groot, dat het Spaanse Koninkrijk erbij verbleekt als slechts een aanhangsel van het verder nogal krap bemeten Europese vasteland.
Melilla geeft je een ander perspectief op schiereiland Spanje. Vraag je de mensen of je in deze tamelijk geïsoleerde enclave het pure Spanje aantreft, dan knikken ze bevestigend. Zeker weten, hun stad is Spaanser dan Spanje zelf.
Alles moet vanaf het schiereiland worden aangevoerd. Om te voorkomen dat het leven in de ‘Autonome Stad’ Melilla onbetaalbaar wordt, gelden er zeer lage tarieven omzetbelasting, géén BTW. Op vlieg- en veerboottickets kun je tot 75 procent korting krijgen. Dat geldt overigens ook voor toeristen, die bovendien 20 euro korting op elke hotelovernachting ontvangen.



Foto: Eric Vrijsen
Witte rotsen
Melilla is klein en knus, maar bezit een lange geschiedenis. Als je het Middeleeuwse fort beklimt, kijk je uit op een kleine natuurlijke haven tussen witte en gele rotsen. Hier stichtten in de zevende eeuw voor onze jaartelling de Feniciërs – zeevarend volk uit het huidige Libanon – een handelspost. Later werden ze verdreven door de Carthagers en vervolgens kwamen de Romeinen. In het jaar 936 vestigde kalief Abderrahman III van Cordoba hier zijn gezag. In 1492 arriveerden de troepen van de katholieke koning uit Madrid. Sindsdien wappert hier de Spaanse vlag.



Foto: Eric Vrijsen
Het fort is grondig gerestaureerd. ‘Melilla la Vieja’ (het oude Melilla) heet dit deel van de enclave. ‘El Pueblo’ (het dorp) wordt ook wel gezegd. In de oude huizen van de officieren wonen nog zo’n vierhonderd mensen, maar overdag zie je hooguit een paar katten de straatjes oversteken. Vanuit het kerkje Iglesia de la Concepcion betreed je een gangenstelsel en daal je over steile trappen af naar zeeniveau. Her en der liggen nog wat zakken en kisten, die aanschouwelijk maken hoe de mensen hier angstige tijden doorstonden, bijvoorbeeld tijdens het beleg door de Britten in de achttiende eeuw. Uiteindelijk staakte de Royal Navy de bombardementen en droop af. Spaans Melilla gaf zich nimmer gewonnen.
Tijd voor siësta
’s Middags rond één uur gaan de winkels dicht. Tijd voor siësta. Pas na vijf uur komt de stad weer tot leven. “Ik werkte eerder in Malaga,” zegt projectontwikkelaar Antonio terwijl hij zijn donkere Mercedes door de straten manoeuvreert. “Maar op het schiereiland was ik lang onderweg van huis naar werk of omgekeerd. Hier leef ik rustiger. Alles is dichtbij. Louter kwaliteitsuurtjes. Ik wil nooit meer weg.”



Foto: Eric Vrijsen
Twee websites – ‘Faro’ (Vuurtoren) en ‘Melilla Hoy’ (Melilla Vandaag) – houden de vinger aan de pols van de lokale samenleving. Het nieuws wordt dagelijks uitgeprint op stevig papier en is soms aandoenlijk kleinschalig. ‘Brand in appartement aan Generaal Polaviejastraat,’ meldt Hoy op de voorpagina onder een foto van drie grote brandweerwagens. Ziet er ernstig uit. Op een van de binnenpagina’s staat het verslag. Iemand vergat dat hij een pan op het vuur liet staan. Vanwege de heftige rookontwikkeling kwamen de Bomberos eraan te pas. Ze evacueerden de bewoners, draaiden het gas uit en zetten de ramen open om het appartement te ventileren. Niemand raakte gewond.
Kanon De Wandelaar
In 1862 werden de grenzen van Melilla bepaald. Het Spaanse Koninkrijk en de Sultan van Marokko kwamen aan het eind van hun ‘Afrikaanse Oorlog’ overeen dat hier een katholieke nederzetting mocht blijven bestaan, groot genoeg om zichzelf te kunnen verdedigen. Daarom werd vanuit het fort een witgeschilderde kogel geladen in het kanon ‘El Caminante’ (De Wandelaar). De kogel werd landinwaarts geschoten en plofte bijna 2.900 meter verderop neer. Dat was de breedte van de denkbeeldige passer waarmee een halve cirkel rond het fort werd getrokken. Binnen die halve cirkel was alles van Spanje. Daarbuiten lag het domein van de Sultan, het latere Marokko.
‘Hier kust Europa Afrika,’ zingt iemand. Maar zo lieftallig is het nu ook weer niet. Op een avond rijden we langs de enorme hekken op de grens met Marokko. Die hekken verhinderen dat massa’s migranten hier het territoir van de Europese Unie betreden en onmiddellijk asiel aanvragen. Deprimerend gezicht. Drie hekken van vier tot vijf meter hoog, met scherpe haken en met een halve meter tussenruimte. Zou je over het eerste hek klimmen, dan val je naar beneden in de goot, waar geen mens je kan redden.



Foto: Eric Vrijsen
Enkele jaren geleden bestormden honderden vreemdelingen met ladders het hek van Fort Europa. Het werd een bloedbad. Inmiddels betaalt Brussel het Koninkrijk Marokko voor het bewaken van de grens. Aan Marokkaanse zijde staat elke paar honderd meter een wachttoren met een bewapende politieman of militair. Aan de Spaanse kant hangen overal camera’s en rijdt de Guardia Civil in stoere auto’s heen en weer. Soms proberen migranten zwemmend langs de Middellandse Zeekust Melilla te bereiken, maar de meesten worden direct ingerekend door de Marokkaanse havenpolitie.
Zo ijzingwekkend als de grensbewaking is, zo verzoenlijk is Melilla zelf. Van oudsher is er een Joodse gemeenschap. Rond 1900 vestigden handelaren uit India zich hier. Ruim veertig procent van de bevolking is van Marokkaanse origine. De overige inwoners zijn Spaans-christelijk. Je zou hier een botsing van beschavingen verwachten, maar de religieuze leiders leven op goede voet met elkaar. Er is een periodiek overleg – de Tafel van Religies – om problemen weg te poetsen. De leiders bezoeken elkaars feestelijkheden als teken van respect. Bijgevolg leven ook de diverse geloofsgemeenschappen in harmonie met elkaar samen.
We bezoeken de Hindoetempel, een grote Moskee en de oude Synagoge aan Calle López Moreno. Alle voorgangers prijzen Melilla als een oase voor de wereldgodsdiensten. Shamasz (koster) Salomon van de synagoge zegt: “Als je ham wilt eten, moet je ham eten. Wil je dat niet, dan moet je het nalaten. Maar dwing niemand om hetzelfde te doen als jij.” Hij draagt op straat gewoon zijn kippa, het Joodse hoofddeksel. “In Madrid of elders op het schiereiland zou ik dat misschien niet meer durven.”

Foto: Eric Vrijsen
In zo’n culturele smeltkroes gedijt de fusion-keuken. Culinaire invloeden uit alle windstreken. Allemachtig, wat hebben we heerlijk geluncht en gedineerd in Melilla. Van een onvergetelijke ceviche en gevulde artisjokken in restaurant La Traviata van keukenartiest Chakib (Calle Ejército Español) tot de vorstelijke vlees- en visgerechten van Miguel Benítez (Avenida de la Democracia). Van de oer-Spaanse lunchhapjes van Señora Prendy in El Colmao tot de Berber cuisine in El Ricón Casa Sadia (zelfde ingang als de synagoge). Konden we sterren uitdelen, dan was de nachtelijke hemel boven Melilla spoedig aardedonker.
Juweeltjes
Na het kanonschot van 1862 lag de omvang van het Spaanse territoir duidelijk vast. Dus konden ook buiten de militaire vesting huizen worden gebouwd. Juweeltjes! Begin twintigste eeuw kwam uit Barcelona architect Enrique Nieto (een compagnon van Antoni Gaudí) die verbluffende warenhuizen en appartementsgebouwen realiseerde. Je struikelt in Melilla over het Modernistische erfgoed. Later werden ook gebouwen in Art Deco-stijl opgetrokken. Veel architectonische kunstwerken zijn fraai gerestaureerd, althans in de binnenstad. Naarmate je verder uit het centrum gaat, schreeuwen steeds meer monumenten om na een eeuw trouwe dienst eindelijk eens te worden opgeknapt.
Aan het einde van de middag valt een prachtig strijklicht op het oker van de deels vervallen gevels. Een gouden gloed komt over de stad. Mensen hangen over het hek van hun balkon, geamuseerd wuivend naar hun medeburgers. Ach Melilla, zo ver van de rest van de wereld en nochtans fraai in evenwicht met zichzelf!

Foto: Eric Vrijsen
De avond valt
Een eindje buiten de stad, pal naast de grens met Marokko, slaat de Middellandse Zee zijn golven stuk op de rotsen van Aguadou. De avond valt. Een laatste keer vandaag werpen sportvissers hun hengel uit voor schelvis en zeebaars. Het zeewater heeft in de rotsen kuilen uitgesleten. Daarin bewaren de vissers hun vangst, als in een halfvol emmertje. Nergens is het leven beter dan hier, vertellen ze zonder hun blik af te wenden van de zee. Vele honderden mijlen verderop ligt het schiereiland. Daar begint de jachtige wereld. De vissers bezweren dat ze daar niet willen zijn.


Foto: Eric Vrijsen
Tekst & Beeld: Eric Vrijsen
Handige websites voor je reis
Onder Redactie TripTalk vind je algemene berichten en berichten met nieuwswaarde die wij leuk vinden om te vermelden of jullie daarover te informeren.


