Foto: Joost Meily

Museumeiland Naoshima

Het is een eiland, maar voelt als één groot kunstwerk

Ik heb eigenlijk geen idee wat ik me bij Naoshima moet voorstellen. Een eiland vol moderne kunst ergens in de Japanse binnenzee. Dat klinkt interessant genoeg om er een dag voor uit te trekken. Na een paar dagen Osaka, waar neonlichten en mensenmassa’s de norm zijn, lijkt een eiland vol kunst en natuur een fijne afwisseling.

Met de Shinkansen reis ik richting Okayama. Vanaf daar gaat het met een lokale trein verder naar Takamatsu, een stad aan de overkant van de Seto-binnenzee. Ik kies Takamatsu als uitvalsbasis voor mijn bezoek aan Naoshima. Vanaf de haven vertrekken de ferry’s naar het eiland en de overtocht duurt nog geen uur.

De reis ernaartoe is al onderdeel van de ervaring. De miljoenenstad Osaka maakt plaats voor bergen en tientallen kleine eilanden. Hoe dichter ik bij Takamatsu kom, hoe meer ik uitkijk naar dat vreemde eiland waar ik tot dan toe eigenlijk maar één ding van ken: de beroemde gestippelde pompoen van Yayoi Kusama.

Foto: Joost Meily

In Takamatsu schijnt de zon. Dat helpt ook wel na een paar regenachtige dagen in Osaka. Ik loop naar mijn hostel en daarna richting de haven. Daar raak ik aan de praat met twee Japanse meiden, Maco en Mikoto. Ze zijn benieuwd wat ik helemaal in Takamatsu doe. Voor veel toeristen is het geen stad die op het lijstje staat. We moeten samen op de foto, natuurlijk met een schattige filter. De resterende jetlag wordt daarmee vakkundig weggepoetst.

Takamatsu is precies de plek die ik nodig heb na Osaka. Geen stad waar ik van tempel naar tempel hoef te rennen, maar een plek waar ik rustig kan rondlopen en me kan uitkijken naar Naoshima.

’s Avonds loop ik een willekeurig restaurant binnen in een zijstraat van een grote weg. In het restaurant werken een vader en zoon. De jongen, Jiro, kan een heel klein beetje Engels. Met mijn beste Japans en zijn beste Engels krijgen we een leuk gesprek over mijn reis in Japan, zijn dagelijks leven en het restaurant van zijn vader. Ik kies okonomiyaki en sashimi van tonijn. De tonijn wordt uiteindelijk coquilles, zo goed blijkt mijn Japans toch niet te zijn.

Foto: Joost Meily

De volgende ochtend gaat om 6.30 uur de wekker. Samen met een reisgenoot uit het hostel loop ik naar de haven van Takamatsu. De ferry vertrekt rond acht uur en kaartjes kun je niet reserveren. Wie mee wil, moet gewoon aansluiten in de rij.

Eenmaal bij de ferry’s begint het eilandgevoel meteen. De schepen zijn al onderdeel van het kunsteiland: mijn schip is uitgevoerd in strepen, maar ik zie zelfs de herkenbare polkadotstijl van Yayoi Kusama. Terwijl Takamatsu om de hoek verdwijnt, komen de eilanden van de Seto-binnenzee dichterbij.

Na ongeveer 45 minuten varen bereik ik Naoshima. Het eiland is wereldwijd bekend vanwege de combinatie van moderne kunst, architectuur en natuur. Sinds de jaren tachtig zijn er musea, kunstinstallaties en bijzondere gebouwen gemaakt die opvallen of juist volledig wegvallen in de natuur. Een groot deel daarvan is ontworpen door de Japanse architect Tadao Ando, die beton, licht, uitzicht en het landschap op een bijzondere manier met elkaar weet te combineren.

Foto: Joost Meily

Maar voordat ik dat ga zien, is het eerst tijd voor koffie. Bij de 7-Eleven op het eiland haal ik een blik koffie uit een warm schap, mijn favoriete ontdekking in Japan, en een katsu-sandwich. Kunst ontdekken op een lege maag lijkt me geen goed idee.

Bij de haven staat meteen een van de beroemdste werken van het eiland: een rode pompoen van Kusama, met zwarte stippen. Het beeld staat bijna letterlijk met één been in de zee. Het is misschien wel de meest gefotografeerde plek van Naoshima. En juist omdat Kusama’s werk momenteel ook in Nederland veel aandacht krijgt met haar tentoonstelling in het Stedelijk Museum Amsterdam, is het bijzonder om zo’n werk ineens niet in een museumzaal, maar écht in Japan te zien.

Ik begin aan de wandeling. En wandelen is hier eigenlijk onderdeel van het museumbezoek. De kunst ligt niet netjes bij elkaar in één straat of gebouw. Ik loop over smalle wegen, langs lokale bewoners, door bossen en over heuvels. Soms zie ik precies waar ik naartoe moet. Soms staan de werken verstopt achter bosjes en rotsen.

Foto: Joost Meily

Maar dit is het bijzondere van Naoshima. Ik kan een museum of gallerie binnenlopen en minutenlang naar een kunstwerk kijken, om vervolgens buiten te staan en me af te vragen of het gebouw waarin ik net zat eigenlijk niet net zo interessant is. Het Chichu Art Museum bijvoorbeeld ligt grotendeels onder de grond en is ontworpen door Ando. Het landschap blijft daardoor grotendeels intact.

Cultuurbarbaren zullen het een bunker noemen. Maar het is verre van dat.

Ook het Benesse House Museum en het Lee Ufan Museum zijn van Ando, je herkent de stijl aan veel gebruik van beton, natuurlijk licht en rechte lijnen. In Honmura zijn oude huizen onderdeel geworden van het Art House Project, waarbij kunstenaars bestaande gebouwen hebben omgevormd tot kunstwerken. Naoshima voelt daardoor niet zozeer als een eiland met musea, maar als één groot kunstproject.

Foto: Joost Meily

Ik moet van het wandelen en turen ook even bijkomen. Met uitzicht over het water drink ik koffie met honingmochi. Aan de overkant liggen de eilanden van de binnenzee. Een stuk verderop loopt iemand met een camera rond. Alle foto’s die je hier schiet zijn magazine waardig.

Aan het einde van de middag begint de tijd te dringen. De laatste ferry wacht tenslotte niet. Op weg naar de haven kom ik nog langs een schoolgebouw dat eruitziet alsof ook de architect ervan heeft besloten dat gewoon ‘een school’ niet interessant genoeg is.

’s Avonds in Takamatsu haal ik udonnoedels en sushi en plof ik neer. Na een dag op dit prachtige eiland is het tijd voor iets waar geen bordje met uitleg naast hoeft te staan.

Uitleg over Naoshima

Naoshima groeit in een paar decennia uit tot een belangrijke bestemming voor hedendaagse kunst. De basis daarvoor wordt eind jaren tachtig gelegd met het Benesse Art Site Naoshima, een initiatief waarin kunst, architectuur en de omgeving bewust met elkaar worden verbonden. Inmiddels zijn ook andere delen van het eiland bij die ontwikkeling betrokken.

Foto: Joost Meily

De Japanse architect Tadao Ando speelt daarin een grote rol. Zijn gebouwen zijn niet alleen ontworpen als onderkomen voor kunst, maar maken zelf onderdeel uit van het kunstproject. Het Chichu Art Museum is daar een goed voorbeeld van. Het museum ligt grotendeels onder de grond en gebruikt daglicht als onderdeel van de architectuur. Binnen zijn onder meer werken van Claude Monet, James Turrell en Walter De Maria te zien.

In 2025 komt daar het Naoshima New Museum of Art bij. Het museum richt zich vooral op hedendaagse kunst uit Azië en is opnieuw ontworpen door Ando. Het is zijn tiende gebouw voor het Benesse Art Site Naoshima.

Foto: Joost Meily

Ook buiten de musea gaat het kunstproject door. In Honmura zijn verschillende leegstaande huizen en andere gebouwen onderdeel van het Art House Project. Kunstenaars hebben de bestaande panden omgevormd tot werken die je tijdens een wandeling door het dorp tegenkomt.

En dan zijn er natuurlijk de pompoenen van Yayoi Kusama. Vooral de gele pompoen aan het water is uitgegroeid tot een symbool van Naoshima. Als je Kusama’s werk in een heel andere omgeving wilt zien, kan dat vanaf september 2026 bij de grote tentoonstelling Yayoi Kusama in het Stedelijk Museum Amsterdam. Op Naoshima staan daarentegen gewoon haar echte werken, tussen de eilanden van de Japanse binnenzee.

Tekst en beeld: Joost Meily

Deel dit blog ↓

Gerelateerde reisblogs

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven