Goed eten maakt elke reis leuker, maar een culinaire reis is meer dan lekker uit eten gaan op vakantie. Echte foodies zoeken niet alleen een mooi opgemaakt bord of een indrukwekkende wijnkaart, ze willen weten wat het verhaal is achter een gerecht, waar de producten vandaan komen en wie de mensen zijn die in de keuken staan. Maar wat valt er precies onder een culinaire reis en hoe ziet dat er in de praktijk uit?
De cijfers liegen er niet om: uit onderzoek van de World Food Travel Association (WFTA) blijkt dat ruim negentig procent van de reizigers een bestemming (mede) kiest op basis van de culinaire reputatie. Daarnaast wordt voorspeld dat de wereldwijde markt voor culinaire reizen de komende jaren met bijna twintig procent per jaar zal groeien. Met andere woorden: eten is geen bijzaak, maar voor veel reizigers juist een reden óm te gaan.
Wanneer is een reis écht culinair
Wie op vakantie goed wil eten, komt met social media en tips van locals een heel eind. Toch maakt dat een reis nog niet automatisch culinair. De vraag is: wanneer mag je dat label wél gebruiken?
In onderzoeken wordt een culinaire reis vaak omschreven als een reis waarbij gastronomie het hoofddoel is, niet alleen een leuke bijkomstigheid. Ralph van den Houten, Director Marketing en Partnerships bij maatwerkspecialist Avila Reizen, verwoordt het zo: “Het is een ervaring waarbij gastronomie de rode draad vormt in het totale reisontwerp. Niet alleen het eten zelf, maar het volledige verhaal erachter, de mensen, de herkomst van de producten, de cultuur en de zintuiglijke beleving komen naar voren.”
In plaats van eerst de highlights te selecteren en daar vervolgens restaurants bij te zoeken, gebeurt het dus omgekeerd: de eetcultuur bepaalt welke plekken de moeite waard zijn.
Van consumeren naar begrijpen
De WFTA beschrijft hoe steeds meer reizigers op zoek zijn naar een taste of place: smaken die onlosmakelijk verbonden zijn met een regio en iets zeggen over geschiedenis, klimaat en cultuur. Dat beeld herkent Ralph in de praktijk: “Wat wij zien, zijn reizigers die niet alleen willen consumeren, maar ook willen begrijpen,” vertelt hij. “Ze willen weten waar ingrediënten vandaan komen en welke tradities erachter schuilgaan. De lat voor kwaliteit ligt hoog: men zoekt verfijning, exclusiviteit en toegang tot plekken die niet voor iedereen beschikbaar zijn.”
Een wijnproeverij gaat dan niet alleen over smaak, maar ook over bodem, geschiedenis en teeltwijze. En een kookles vertelt automatisch iets over tradities, seizoenen en hoe mensen met elkaar eten. Voor veel high-end klanten is dat precies de verdieping waar ze naar zoeken.
Hoe ziet zo’n reis er dan uit?
In de praktijk is een culinaire reis vaak een mix van proeven, kijken en doen. Ralph noemt privé-ervaringen met topchefs, wijnmakers of lokale producenten, diners bij bekroonde restaurants, maar ook juist die ene buurtbistro of drukke markt waar het dagelijks leven zich afspeelt.
“Het zijn de verfijnde details en de exclusieve toegang die een culinaire reis écht bijzonder maken,” vertelt hij. “Een private tasting bij een iconische wijnmaker, dineren vóór openingstijd of een persoonlijke ontmoeting met een topchef. Er is van alles mogelijk.”
Vaak logeren klanten op plekken waar de keuken het visitekaartje is: bijvoorbeeld een wijnlodge, olijfboerderij of een boetiekhotel met eigen restaurant. Belangrijk is dat al die onderdelen iets met elkaar te maken hebben. Een goed opgezette reis voelt niet als een rij losse reserveringen, maar als een doorlopend verhaal.
Drie routes, drie smaken
Dat verhaal kan er iedere keer verschillend uitzien. Drie voorbeelden uit het Avila-portfolio laten zien hoe uiteenlopend culinaire maatwerkreizen kunnen zijn. In Zuid-Afrika bijvoorbeeld ligt de nadruk op de combinatie van landschap en smaak. Tijdens een achttiendaagse wijn- en culinaire reis verblijven reizigers tussen de wijngaarden, proeven ze wijnen aan de bron en lunchen ze op wijnboerderijen.
Een veertiendaagse route door Sri Lanka en de Malediven draait juist om de zogenoemde Relais & Châteaux-filosofie: een wereldwijde gemeenschap van kleinschalige hotels en restaurants waar culinaire tradities en gastvrijheid hand in hand gaan.
Voor wie nog verder wil gaan, is Peru een logische keuze. Lima geldt al jaren als culinaire hotspot en is stevig vertegenwoordigd in de ranglijsten van The World’s 50 Best Restaurants. Eerder dit jaar werd restaurant Maido zelfs uitgeroepen tot de beste ter wereld. Tijdens een achttiendaagse culinaire reis worden zulke toprestaurants gecombineerd met traditionele markten en bekende highlights als Machu Picchu en de Colca Canyon.
Nieuwe smaken en vertrouwde klassiekers
Naast de bekende culinaire hoofdsteden verschijnen er ook nieuwe bestemmingen op de kaart. Zuid-Korea is daar een goed voorbeeld van. De Koreaanse keuken krijgt internationaal steeds meer erkenning: in steden als Seoul en Busan combineren chefs traditionele technieken als fermentatie met moderne fine dining, terwijl streetfoodmarkten laten zien hoe diep eten in het dagelijks leven verankerd is.
Maar niet iedere culinaire reiziger wil of kan intercontinentaal vliegen, en dat blijkt ook niet nodig. Spanje en Italië zijn al langer populaire landen voor fijnproevers, maar ook steden als Kopenhagen, Lyon en Bilbao trekken een publiek dat bewust voor eten komt.
Bilbao is ook een van de bestemmingen die Ralph noemt als uitgelezen plek voor fijnproevers. “De Baskische regio staat bekend om haar buitengewone keuken, waar eenvoud, kwaliteit en vakmanschap centraal staan. Van pintxosbar-hoppen in de oude stad tot dineren in Michelinsterrenrestaurants: Bilbao biedt een rijke, toegankelijke en toch verfijnde gastronomie.”
Of het nu in Peru is, Zuid-Korea of een stad als Bilbao: voor een groeiende groep reizigers begint de kennismaking met een land aan tafel. En juist daar leent een culinaire reis zich perfect voor.
