De Pacific bestaat uit tienduizenden eilanden. TripTalker Lotte van Zijl besloot haar reis door Nieuw-Zeeland uit te breiden met een bezoek aan de Cookeilanden en Tonga. De een komt rechtstreeks uit een magazine, de ander laat het rauwe eilandleven zien. Maar beiden tellen de meest gastvrije locals, tropische stranden en een cultuur waar je meer over wilt horen.
De schuifdeuren openen, een man met een ukelele heet de bezoekers welkom met zijn vrolijke gepingel en de eerste T-shirts met bloemenprint springen in het oog. Het is donker en klein, maar het vliegveld van Rarotonga (het grootste eiland van de Cookeilanden) krijgt het voor elkaar om binnen één minuut een tropische vakantiesfeer te creëren. Zelfs zonder ook nog maar een stap op het eiland te hebben gezet. Op ‘maar’ vier uur vliegen vanaf Auckland, Nieuw-Zeeland, bevind ik me nu op een piepklein eiland midden in de Pacific. Vet.
Het licht schijnt door de gordijnen. Vol verwachting schuif ik ze opzij. Een wit kiezelstrand komt tevoorschijn. Palmbomen. Blauwe lucht. Zee. Het is een geluk bij een ongeluk geweest dat ik me had vergist in het tijdsverschil met Nieuw-Zeeland en dus genoodzaakt was om een nacht bij Tia Maria Retreat te boeken met zeezicht. Shame on me. Meteen een tip voor wie het eiland bezoekt vanuit het land van de witte wolk: de vliegreis is kort, maar omdat de eilandengroep aan de andere kant van de internationale datumgrens ligt, is het verschil 22 uur terug in de tijd. Grote kans dus dat je je een nacht vergist bij het boeken van een verblijf.
Uitchecken is precies over twee uur. Langzaam pak ik mijn spullen in voor het volgende verblijf. Met een oppervlakte van 67 km2 is Rarotonga ongeveer even groot als de stad Leiden, maar met 15.000 inwoners is het een stuk minder druk. In 45 minuten rijd je over het eiland. Maar voordat ik het gaspedaal mag indrukken, moet ik een rijbewijs à la Pacific behalen. Op dag één haast ik me daarom naar het politiebureau in het dorp, maak het theorie-examen, show de politieagent mijn scooter skills (geslaagd, thankgod) en haal mijn vervoersmiddel op. Ready to hit the road: één geasfalteerde weg die rond het eiland gaat.


Foto: Lotte van Zijl
Paradijs op aarde
Rugzak klaar, scooter aan en de linkerbaan op. ”Hi lieverd, hoe gaat het met je?” hoor ik achter me wanneer ik de oprit van mijn volgende verblijf bereik. Mareille, een 83-jarige vrouw én host, lacht vriendelijk naar me met haar kaplaarzen aan en haar heggenschaar in haar rechterhand. Ze is druk in de weer met haar moestuin. De naam voor haar gastenverblijf Garden Studio sluit perfect aan op wat ik nu voor me zie. Avocado’s, feijoas, kokosnoten, star fruit, papaya: haar achtertuin is er één om gigantisch jaloers op te worden. Met een vitamineboost achter de kiezen en mijn spullen in de kast, zwaai ik Mareille uit en besluit ik met de klok mee een rondje om het eiland te rijden. Ontdekkingsmodus aan.
De zonnestralen branden op mijn rug (een geluk, want als ik de locals moet geloven, raast er ook regelmatig een bui over Rarotonga), een briesje waait door mijn haren en ik probeer mijn hoofd soms naar links en rechts te bewegen om de schoonheid van het eiland te zien. De hoogste berg op het eiland, Te Manga, en de iconische Te Rua Manga (beter bekend als The Needle) vormen links van me het jungleachtige binnenland. Als rechts de zon het witte strand feller dan fel laat schijnen, kun je je misschien voorstellen dat deze scooterrit een beetje onwerkelijk voelt. Op Muri Beach komen de wielen van mijn scooter tot stilstand.
Ik wandel met mijn teenslippers in mijn hand het strand op en beweeg mijn tenen in het water. Glimlachend loop ik langs een handjevol toeristen. Sommigen kanoën en zwemmen voorbij richting de drie onbewoonde eilanden voor de kust: Koromiri, Oneroa en Motutapu.



Foto: Lotte van Zijl
Van oceaan tot regenwoud
Iets verderop sta ik op Titikaveka Beach. Helemaal alleen. Het is zonder twijfel het meest tropische strand waar ik ooit ben geweest. De palmbomen hangen schuin, door het doorzichtige water spot ik blauwe zeesterren en het allerfijnst: er is geen beachclub te bekennen. De rust overheerst. Later duik ik het water in bij Avaararoa Passage. De spot om te snorkelen. Wanneer er in korte tijd schildpadden en regenboogvissen langs me heen zwemmen, begrijp ik waarom. Liever in een groep op pad? Dat kan via Ray Tours.
Het eiland is klein, maar veelzijdig. Bij het startpunt van de Cross Island Trek ruil ik het strandhoppen in voor een workout. De hike brengt me door het regenwoud naar het uitzichtpunt van The Needle. Ook kun je naar de Wigmore’s Waterfall wandelen. In twee uur ploeter ik langs smalle rivieren en over modderpaden naar de top van de berg. Onderweg overweeg ik of dit wel zo’n slim idee was. Langs een steile afgrond baan ik me via touwen een weg omhoog. Hoe ik terugkom is even een latere zorg. Voor nu geniet ik van het plaatje dat ik voor me zie: het regenwoud dat grenst aan de helderblauwe oceaan. Prachtig.



Foto: Lotte van Zijl
Van de Cookeilanden naar Tonga
Met een korte tussenstop op het vliegveld van Auckland sta ik binnen drie uur vliegen op Tonga, ook een eilandengroep in de Pacific, maar een wereld van verschil met Rarotonga. Dat begint al op het vliegveld. De man met de ukelele is hier nergens te bekennen. Wel staat James van de accommodatie Ataongo Residence voor de deur. Samen met mij komt er een stoet jonge gasten voorbij. “Zij hebben net maanden op boerderijen in Nieuw-Zeeland gewerkt”, legt hij uit. Velen werken daar om extra geld te verdienen voor hun familie. Dat is hard nodig, vooral na de heftige tsunami op 15 januari 2022. Door de uitbarsting van de onderzeese vulkaan Hunga Tonga–Hunga Ha’apai ontstonden golven tot 15 meter.
Tonga bestaat uit 171 eilanden, waarvan 45 bewoond zijn. Het overgrote deel van de ongeveer 110.000 inwoners woont op Tongatapu. Daar slaap ik deze week, tegenover het Koninklijk Paleis, nota bene. Tonga is de enige inheemse monarchie in de Pacific met een eigen koningshuis dat nog altijd als staatshoofd regeert. Hoewel de Cookeilanden ook een zelfstandig bestuurd land zijn, heeft Nieuw-Zeeland er nog altijd veel invloed. Dat merk je aan de stevig gebouwde huizen, goed geasfalteerde wegen en het ‘westerse’ gevoel.
In het centrum van Nuku’alofa voelt het door de palmbomen, straathonden en grauwe kleuren eerder alsof ik door een dorp in Sri Lanka loop, maar dan met een moderne twist. Bij Friends Café bestel ik een French toast. De serveerster, met roze bloemen in haar haar, vraagt of ik weet dat Tonga ook wel “The Friendly Island” wordt genoemd. Zonder op mijn reactie te wachten vertelt ze verder: “In 1777 ontdekte de Engelse ontdekkingsreiziger James Cook Tonga. Hij vond de bevolking zo vriendelijk dat hij het land bestempelde als The Friendly Island. Dat willen we onze gasten meegeven.” Terwijl ik mijn toast op eet, valt mijn oog op een bordje op tafel. Daar lees ik dat het christendom na een burgeroorlog tussen de eilanden in Tonga door koning George Tupou I werd ingevoerd. De religie is sterk aanwezig, net als op de Cookeilanden. Zo gaat op elke zondag alles dicht en verzamelen alle lokale bewoners bij de kerk. De tekst eindigt met Ofa Atu, wat ‘ik hou van je’ betekent.


Foto: Lotte van Zijl
Allesverwoestende tsunami
“Lot, ik heb James net bericht voor een tour over het eiland. Zin om mee te gaan?” Het is de volgende dag en de zon schijnt wanneer Mike me aanspreekt. We kennen elkaar van de accommodatie en drinken toevallig allebei een koffie bij de Coffee Post. Uiteraard zeg ik volmondig “ja”. Bikini aan, zonnebrand op en camera mee: we gaan op pad.
Mike is eerder op het eiland geweest en heeft vrienden in Ha’atafu Beach. We wijken van James’ standaard eilandroute af en rijden eerst naar de kustplaats. Nadia en haar man geven Mike, en James en mij, meteen een knuffel. De vrouw straalt een enorme positiviteit uit, ook wanneer ze een van de heftigste verhalen ooit met me deelt. Tot 15 januari 2022 runde ze op tien meter van ons vandaan een resort. Wat er nu te zien is? Een stapel stenen.
“Ik weet het nog precies”, begint ze. “Het was vijf uur ’s ochtends. Onze gasten sliepen en mijn twee zoons en ik begonnen met de voorbereidingen voor het ontbijt, totdat we in de verte de eerste golven aan zagen komen. In paniek klopte ik op alle deuren van de gastenverblijven: ‘Nu de auto in!’ riep ik. Ze moesten richting de stad rijden. Vlak voordat de allesverwoestende golf dichterbij kwam, renden mijn gezin en ik het binnenland in, richting de Tsunami Rock (Mapu a Vaea). We klommen in bomen, in de hoop het te overleven.” Zonder woorden omhels ik haar. Ze vertelt het met een drive die me raakt. Wat een powervrouw. Gelukkig is niemand in het resort overleden, maar hun business, hun leven, is helemaal aan gort. We drinken wat voor hun geïmproviseerde ‘café’: geld voor een nieuw bedrijf is er niet. Ze zijn vooral heel dankbaar dat ze er nog zijn. Het inspireert me.



Foto: Lotte van Zijl
‘Land van de palmbomen’
We vervolgen onze route. De uitzichten doen me denken aan hoe Bali er waarschijnlijk twintig jaar geleden uitzag. James noemt Tonga ook wel ‘The Land of the Coconuts’. Er lijkt geen einde te komen aan de palmbomen. Het eiland is onwijs groen. Tussendoor verschijnt er hier en daar een klein huisje of een kraam waar iemand fruit verkoopt, maar verder niets.
“Ik moet altijd lachen dat de bevolking hier kokosnoten en bananen verkoopt. Op het eiland Vava’u, waar ik vandaan kom, betaalt niemand boodschappen. Mensen betalen er überhaupt niet met geld, want dat is er nauwelijks. We halen alles uit de natuur, klimmen in palmbomen voor kokoswater en planten onze eigen fruitbomen”, vertelt James lachend.
Hij rijdt ons naar de Tsunami Rock – een grote steen tussen de palmbomen en de oceaan – de ‘Anahulu Cave (een grot met zoet water om in te zwemmen) en het bijbehorende strand, waar niks en niemand anders is dan ons drieën, grote rotsen en de oceaan. Ook laat hij ons de Blowholes langs de zuid- en westkust en de Ha’amonga ‘a Maui Trilithon zien.
Op de terugweg naar het dorp worden we verrast door varkens die de weg oversteken en locals op het strand die vragen of we mee willen barbecueën. Waar ik in het begin niet meteen de vriendelijkheid van The Friendly Island ervaarde, begrijp ik nu precies waar James Cook het over had. Tonga is het rauwe, historische gezicht van de Pacific, terwijl de Cookeilanden als een oneindige tropische honeymoon voelen. Compleet anders, maar uiteindelijk wil je op beide plekken waarschijnlijk een stukje langer blijven. Geloof me.



Foto: Lotte van Zijl
HOTSPOTS VAN RAROTONGA
BEACHCOMBER PEARL MARKET & ART GALLERY
Hier vind je de beroemde zwarte parels van de COOKEILANDEN en handgemaakte sieraden van lokale kunstenaars. Tip: loop de binnentuin in voor een retro koffiebar. Niet te missen.
PUNANGA NUI MARKET
Dit is de grootste markt van het eiland, vol met fruitkramen, streetfood, kleding en sieraden. Ook de traditionele dansoptredens en vuurshows zien? Blok zaterdagochtend in je agenda.
MURI NIGHT MARKET
Zin in vers gegrilde vis, noodles en lokale gerechten, zoals Ika Mata, onder de sterrenhemel? Deze avondmarkt is er op dinsdag, woensdag, donderdag en zondag.


Foto: Lotte van Zijl
EILANDHOPPEN IN TONGA
VAVA’U
Bekend als hét walvissen-eiland van Tonga, vooral tussen juli en oktober. Je gaat hierheen voor zwemmen met bultrugwalvissen, turquoise baaien en de wilde natuur.
HA’APAI
Dit is een eilandengroep waar je bijna alleen bent met de natuur. Behoefte aan stranden zonder mensenmassa’s en duiken? Puurder en tropischer dan dit wordt het haast niet.
‘EUA
Het oudste eiland van Tonga met kliffen, grotten en jungle. Dit is de plek voor de avontuurlijke wandelaar, vogelaar en rustzoeker. Bereid je voor op magische uitzichten.
Tekst en beeld: Lotte van Zijl
Onder Redactie TripTalk vind je algemene berichten en berichten met nieuwswaarde die wij leuk vinden om te vermelden of jullie daarover te informeren.


