Waarom je nú naar Sicilië moet

19 maart 2019 - 11:00 | Door: 
Renée Hoes
| Foto: Reismedia / Renée Hoes

Op zo’n drie uur vliegen vanaf Amsterdam ligt het kleurrijke Sicilië. Ik kreeg de kans om het Italiaanse eiland te ontdekken en werd verliefd. Verliefd op de Siciliaanse lekkernijen, verliefd op de lieve bevolking en vooral verliefd op het fenomeen ‘golden hour’, dat elke avond het eiland romantisch oranje kleurt.

‘Benvenuti in Sicilia!’, is het eerste dat ik zachtjes tegen mezelf zeg als ik de gordijnen - op een nog onmenselijk tijdstip - opentrek en mijn balkon opstap. Nu ik er aan terugdenk, popt in mijn hoofd op dat het een prima titel en begin voor een romantische thriller zou kunnen zijn. Romantisch was Sicilië namelijk zeker en voor het thriller-gedeelte zou ik me kunnen verdiepen in de maffiageschiedenis op het eiland. Maar vandaag niet, vandaag richt ik me op de romantiek. La storia d’amore. 

Vissen kijken
Om een uur of acht besluit ik na een nacht van een korte drie uur - door een lange reis, haperende airco en iets te veel enthousiasme - het goudgekleurde strand, de azuurblauwe zee en de vroege vogels van dichtbij te bekijken. Na een wandeling van zo’n drie minuten heb ik meteen spijt van mijn kledingkeuze. De ochtendzon brandt op mijn huid en ik verlang naar een ochtendduik. Jurk omhoog en pootjebaden dan maar. Tot mijn verbazing is het water warm. Ik verwachtte kippenvel en dat er door het frisse water een ontsnapte ‘brrr’ uit mijn mond zou vliegen, maar niets is minder waar. De zee bij Lido di Noto is, met dank aan het ondiepe water, aangenaam warm. Je kunt meters, maar dan ook meters de zee inlopen zonder kopje onder te gaan. Dat pootjebaden loopt dus uit op een iets langer durende ochtendwandeling waarbij ik geniet van de groene omgeving, langsschietende vissen en de eerste zonaanbidders die bepakt en bezakt het strand op komen lopen. Dit is heerlijk wakker worden.

Lido di Noto is een kleine badplaats waar zich veel hotels en appartementen bevinden, maar waar je ook locals tegen het lijf loopt. Het heeft een fijn zandstrand, kristalhelder water en mooie natuur. Niet gek dus dat de eerste strandgasten zich al vlak na het ontbijt laten zien. Tijdens de lunch schuif je hier aan bij een van de restaurants voor Siciliaanse vis. Óf loop je even naar de ijscokar die je al van ver hoort aankomen dankzij de megafoon, waar aan de lopende band “Granitaaa, briochessss, icecreammm” door geschreeuwd wordt.

Golden hour
Aan het eind van de dag stappen we in de auto naar Noto, niet te verwarren met de badplaats Lido di Noto. Noto is een stad op de Werelderfgoedlijst van UNESCO en wordt ook wel de barokstad van Sicilië genoemd. Rond een uur of vijf, wanneer de felle zon plaatsmaakt voor een fijn briesje en schaduw, lopen we richting Caffe Sicilia: een gezellig koffietentje waar ze de lekkerste cannoli van de stad maken. Ik kan natuurlijk niet kiezen en val dan ook goed op tussen de espresso drinkende locals wanneer ik twee verschillende smaken bestel. De traditionele cannolo met ricotta en een variant met vanillecrème. Kiezen kan ik nog steeds niet. Ik weet alleen dat mijn liefde voor Siciliaanse lekkernijen hier moet zijn ontstaan.

Nu de trek is gestild, vervolg ik mijn ontdekkingstocht door de stad. Ik hop van terras naar terras en word af en toe keramiek- en koelkastmagneetwinkeltjes ingetrokken. Wanneer ik onze Pachino tomaten- (de juweeltjes van Sicilië) en citroenenmagneten heb ingeslagen strijk ik neer op de trappen van Cattedrale di Noto. De honinggekleurde kathedraal is het middelpunt van de stad en is een heerlijke plek om tijdens het gouden uurtje te genieten van het leven van alledag.

Na ruim een half uur word ik verrast door een rommelende maag en wordt het tijd om die lekker ruikende pizza waar ik al eerder op de avond van begon te watertanden te bestellen. Ik eindig mijn avond bij Orto di Santa Chiara: een pizzeria waar je al voor vier euro een voor je neus gemaakte pizza margherita kunt bestellen. Ik proost met een punt kaaslekkende pizza in onze linkerhand en een glas rode wijn in onze rechterhand op een goede eerste dag op dit bijzondere eiland.

Zen wakker worden
De volgende ochtend ontbijt ik met een halve watermeloen, een paar sappige perziken en stokbrood met olijfolie, zout en een paar plakjes Pachino tomaat. Het belooft een warme dag te worden (lees: zo’n 40 graden) en ik heb een drukke dag voor de boeg. Na het ontbijt stap ik dan ook snel in de auto richting het zuidoosten. De eerste stop is Riserva naturale orientata Oasi Faunistica di Vendicari, een natuurreservaat waar de natuur je tot rust brengt. De natuur is niet alleen rustgevend, maar ook afwisselend, waardoor een wandeltocht onmogelijk saai kan zijn. Uitgewandeld? Wandelschoenen uit, strijk neer op een van de ‘lege’ stranden en ga al snorkelend op zoek naar kleurrijke vissen en schildpadden. Boven water spot je in de verte roze flamingo’s en grote pelikanen.

Spontaan verliefd
Onder het reservaat ligt een klein, authentiek kustplaatsje waar je spontaan kriebels van in je buik krijgt: Marzamemi. Het heeft een oud historisch centrum dat grotendeels dateert uit de tijd dat prins Nicolaci Villadorata het hier halverwege de achttiende eeuw voor het zeggen had. Het pittoreske Piazza Regina Margherita wordt ook wel het levendige middelpunt van het dorpje genoemd. Het plein wordt omringd door gezellige restaurants met goed eten en livemuziek, waar ‘s avonds zo af en toe een dansje op wordt gedaan. Leuke restaurants zijn Taverna La Gialoma en Donna Nina.

Na een koude cola op het terras verwijder ik mij met mijn camera in de aanslag steeds verder van het grote plein. Ik struin langs oude vissershuisjes, de haven met gekleurde bootjes, door felgekleurde straten richting het geluid van de zee. Ik neem de trap en stuit op een waar schilderij.  De lokale bewoners hebben zich verzameld aan de waterkant en vormen het perfecte kiekje. De kriebels in mijn onderbuik komen meteen terug. Dít is vakantie en ik heb het zojuist kunnen vastleggen.

Kronkelig struinen
Het eiland Ortygia, voor de kust van Syracuse, is een kustenaarsstad waar je zo rond het einde van de middag heerlijk kunt ronddwalen. Hoewel het kloppend hart van de stad niet groter is dan een vierkante kilometer, zit het vol verrassingen. Terwijl ik vanaf de boulevard langs het water omhoog loop, wordt mijn blik constant nieuwsgierig naar boven getrokken. Fris ruikende was hangt aan romantische Franse balkonnetjes, planten klimmen hun weg omhoog en er klinkt vrolijke muziek uit de openstaande ramen. De kronkelige straatjes wijzen automatisch mijn weg langs lokale winkels, gevulde terrasjes en markten met kramen vol mediterraan fruit, groentes, geurende kazen en vers gevangen vis die later in restaurants op tafels verschijnen.

Een goed restaurant vinden is hier niet moeilijk. Zoals overal geldt ook hier: ga daar waar de locals gaan en ga daar waar geleefd wordt. Op het eiland word je elke paar meter weer verrast door restaurants waar het gelach je tegemoet komt én achtervolgt. Misgaan kan dus bijna niet. Het door kaarsjes verlichte terras van La Vineria Café in het levendige straatje Via Cavour trekt mijn aandacht en de Siciliaanse hippe gerechten zorgen voor een innerlijke overwinning. It was a good one! En dan doel ik niet alleen op de op de tong smeltende tiramisu die voor een gelukzalig gevoel zorgt, maar ook op de warme, fijne dagen op het eiland. Arrivederci Sicilia, het was me een waar genoegen.

Dit artikel is verschenen in de derde editie van TripTalk Magazine.

Word jaarabonnee.

Reageren op artikelen? Er gelden spelregels.

16-08-2019, 14:33
02-08-2019, 12:48
02-08-2019, 12:36
01-08-2019, 9:23
25-07-2019, 11:17
25-07-2019, 11:09
22-07-2019, 11:34
18-07-2019, 16:40
18-07-2019, 14:47
17-07-2019, 12:30
16-07-2019, 16:38
11-07-2019, 16:30
11-07-2019, 15:19
01-07-2019, 10:49
21-06-2019, 14:02
21-06-2019, 12:49
13-06-2019, 9:31
11-06-2019, 12:02
31-05-2019, 15:43
31-05-2019, 15:20
31-05-2019, 10:11
29-04-2019, 10:47
26-04-2019, 10:33
Copyright Reismedia BV 2019